De gemeente Wijnegem heeft een reglement voor vestiging van opcentiemen op de onroerende voorheffing. Dit reglement loopt t.e.m. 31 december 2025. Vanaf aanslagjaar 2026 is het wenselijk om dit reglement te hernieuwen, gezien de hervorming van de gemeentelijke belastingen. Tot op heden bedragen de opcentiemen voor alle partijen 850 opcentiemen. De gemeente Wijnegem streeft naar een eerlijke en evenwichtige verdeling van de stedelijke fiscaliteit op basis van draagkracht. Daarom past de gemeente een differentiatie van de opcentiemen toe, waardoor de bijdragen proportioneel worden gespreid en beter aansluiten bij de financiële mogelijkheden van verschillende belastingplichtigen. Deze aanpak versterkt het financiële welzijn van de gemeente, maakt de inkomstenstroom voorspelbaar en stabiel, en blijft tegelijk administratief eenvoudig uitvoerbaar. Zo kan Wijnegem op een transparante manier haar dienstverlening en investeringen op lange termijn plannen en realiseren.
Het getrapt systeem van differentiatie is opgebouwd op basis van het belastbaar KI. Daardoor dragen de meest kapitaalkrachtigen, in termen van onroerend goed, in verhouding meer bij tot de noden van de samenleving waar ze de dienstverlening en infrastructuur van gebruiken. Het is niet onredelijk om te stellen dat die vraag in de regel ook evenredig toeneemt met het KI, aangezien dit een indicatie van het economisch nut is van het goed.
In het voorstel wordt het algehele basistarief voor de opcentiemen in Wijnegem stabiel gehouden op 850 opcentiemen. De basis categorie (percelen met een belastbaar KI kleiner dan €5.000,00) onroerende goederen voor 2026-2031 blijven vervolgens gelijk aan 850 opcentiemen.
In de volgende categorieën worden de opcentiemen verhoogd naar respectievelijk 892,50, 935,00 en 956,25
Ten slotte, voor de grootste percelen (Categorie 4) met een belastbaar KI groter en gelijk aan €50.000,00 wordt de opcentiem verhoogd tot 980,07.
De differentiatie opcentiemen zal volgende tarieven bevatten;
Categorie | Waarde aanslagjaar | Toelichting |
BASIS | 850 | Basis opcentiemen: belastbaar KI kleiner dan €5.000,00 |
CATEGORIE 1 | 892,50 | Opcentiemen voor grote percelen – schijf 1: belastbaar KI tussen €5.000,00 & €12.500,00 |
CATEGORIE 2 | 935,00 | Opcentiemen voor grote percelen – schijf 2: belastbaar KI tussen €12.500,00 & €20.000,00 |
CATEGORIE 3 | 956,25 | Opcentiemen voor grote percelen – schijf 3: belastbaar KI tussen €20.000,00 & €50.000,00 |
CATEGORIE 4 | 980,07 | Opcentiemen voor grootste percelen – schijf 4: belastbaar KI groter en gelijk aan €50.000,00 |
De financiële toestand van de gemeente.Het verwerven van inkomsten is noodzakelijk om de algemene uitgaven van het lokaal bestuur te financieren. In inkomsten worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De differentiatie wordt mogelijk gemaakt door het decreet van 15 mei 2018, dat artikel 41 van het decreet lokaal bestuur wijzigt, en het sinds 2019 toelaat een gedifferentieerd tarief voor de opcentiemen onroerende voorheffing toe te passen.
Het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992, meer bepaald het artikel 464, 1°. Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, en alle latere wijzigingen.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten voordele van de gemeente opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd als volgt:
Categorie | Waarde aanslagjaar | Toelichting |
BASIS | 850 | Basis opcentiemen: belastbaar KI kleiner dan €5.000,00 |
CATEGORIE 1 | 892,50 | Opcentiemen voor grote percelen – schijf 1: belastbaar KI tussen €5.000,00 & €12.500,00 |
CATEGORIE 2 | 935,00 | Opcentiemen voor grote percelen – schijf 2: belastbaar KI tussen €12.500,00 & €20.000,00 |
CATEGORIE 3 | 956,25 | Opcentiemen voor grote percelen – schijf 3: belastbaar KI tussen €20.000,00 & €50.000,00 |
CATEGORIE 4 | 980,07 | Opcentiemen voor grootste percelen – schijf 4: belastbaar KI groter en gelijk aan €50.000,00 |
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.